Archive Anecdotage

38 'Vlees eters' of 'Nacht vissen'

Een oranje oog diep gevat in een uitgehongerd nachtelijke rover was alles wat we zagen, afgezien van het lange zilver glinsterende lichaam. Zilver glinsterende lichamen. Toen we keken waren het er meer dan meer, het licht pakkend van de maan. Vlees eters.

"Hoe vindje het om getrouwd te zijn met 1 van hun?", zei ik.

"Dat ben ik", antwoordde hij stilletjes. Niet bedroeft of bitter, maar berustend. Een koker van onopzettelijke vastberadenheid gluurde ondeugend over zijn schouder terwijl ik speels verder strompelde(of lam zoals later bleek).

"Heeft ze een aardige staart?"

"Nee", mompelde de vreemdeling, "Niet meer".

"Wat nu?", dacht ik.

Ik draaide langzaam om, Ik voelde de Barracuda in paniek raken en op de vlucht slaan naar het rif.

"Luister jongen, waar ik vandaan kom zijn mannen mannen en vrouwen bezeten. Mijn waardigheid is uitgekleed( dit waren niet echt mijn woorden, maar ze komen in de buurt)Ik dacht dat ze mijn vrouw was maar ze belazerde mij".

Een kleine wolk passeerde zonder haast, en alles werd helder.


© Ian Gillan 1998

Terug naar:
back to the archive anecdotage