Archive Anecdotage

41 Hond en de eekhoorn

Het was in de jaren 70. Ik kampeerde met Dog in "New Forest". Het was buiten het seizoen en het was rustig op de kampeerplaatsen.

Mijn tent had een aparte plaats om te slapen, Ernest genaamd, die ik erin had gehangen. De andere kant van mijn schuilplaats was netjes neergelegd. Ik had een tafel en stoel gemaakt van takjes en schors touw. Ik had een radio; er was een voetbal wedstrijd die ik niet mocht missen

Dog was een vrouwtje, een zwart witte border collie. Ze zeggen dat de intelligentie van dit ras hetzelfde als dat van katten is; boven de honden maar onder de apen op de geaccepteerde intelligentie grafiek. Dog was intelligent en ik heb haar niet anders gekend vanaf dat ze 6 weken oud was. Altijd behulpzaam en enthousiast; ze wist al wat er aan de hand was voordat ze een schaap zag. Ik snee een inkeping in een takje en gooide het in een houtstapel. Daar was het, terug voor mijn voeten voordat ik 30 meter verder was. Dog omhoog kijkend, uit de bek hangende tong, één poot omhoog, trillend, mij aansporend om nog een keer te gooien. Niet voor haar plezier natuurlijk, oh nee, zij was bezig haar kostje te verdienen. Het plezier was van mij alleen.

Dog was alert op een heleboel dingen, maar, omdat ze kleiner was dan mij, kon ze niet over het lange gras en de heuveltjes heen kijken. Dus waarschuwde ik haar als er in de verte een kudde New Forest pony's aan het grazen was. Dog's focus veranderde. We omcirkelden de pony's, die van plaats veranderde maar alleen hun ogen opsloegen, om de wolf voorbij te zien gaan. Een langzame dans van primitief begrijpen. Nadat we gepasseerd waren kwam Dog tot rust en joeg op de verrukkingen die, haar neus haar adviseerde, zij langs de weg tegenkwam.

Na onze ochtend wandeling, reden we naar Fordingbridge, kochten een krant en iets voor het avond eten. We hielden van venison saucijsjes. Terug op de ranch, zoals ik het noemde, kookte ik eten, aten we en deden het rustig aan. Siësta.

Vervolgens de kruiswoord puzzel, met thee en een koekje natuurlijk. Dog en ik hadden de zelfde smaak wat koekjes betrof. Gember nootjes was onze favoriet.

Na de thee, aan het begin van de avond van de eerste dag, gingen we wandelen in het bos. De avond zon hoekig naar beneden in versnipperde stralen, niet mistig, zoals s'morgens, maar toch nevelig. We volgden paden door hoge varens en vonden, na ongeveer 20 minuten, een landweggetje. Een brandlucht van hout lokte ons de hoek om en we kwamen bij een kroeg gebouwd tussen de bomen.

Schijnbaar onveranderd door de eeuwen heen, de Forsters Inn gebaarde ons. De eigenares verwelkomde ons met een glimlach en een drankje. "Wat een lief hondje" zei ze opgewonden en zette wat water neer. Ik nam mijn licht en bitter mee naar een tafel bij het vuur. Het was begin juli en de vlammen flakkerde lui. Drie oude jongens speelde domino en Dog ging onder mijn stoel liggen, kin op zijn poten.

We namen rond een uur of 10 afscheid, onze weg terugzoekend naar het kamp. Dog draafde voorop en, licht gloeiend volgde ik. De witte punt van haar staart als een lichaamsloos baken, glinsterend in de schemering. Een kop thee, een koekje en een heerlijk bed.

Er is niets vergelijkbaars als het zijn in een tent. Je ziet niets maar hoort alles. De nachtdieren snuiven en roepen, maar er is geen gevaar; dus omarmen wij Morpheus in onze, 1man 1hond, Ernest.

We gleden in een rustige routine; Opstaan, wassen, eten en wandelen. Onze avond bezoekjes aan de "Foresters" werden een gewoonte. Ik nam deel aan het domino spel en, daardoor, ging ik s'avonds wat later weg en nam een paar stappen meer dan nodig. Dog vond het niet erg. Zij was de ster van de kroeg geworden; promoverend van een avondlijk zakje chips naar een steak en bonentaart, met liefde geserveerd op een bord door de eigenaresse. "Wie is er dan een lief hondje?" vroeg ze dan hemels en een beetje retorisch mag ik zeggen. Nee,…Dog vond dat helemaal niet erg.

Na ongeveer een week, in het holst van de nacht, brak de hel los. Dog blafte niet, dat was niet haar manier van doen, maar haar poot was op mijn borst. Zij ssste mij en zei "we hebben een probleem". Ik danste rond in mijn slaapzak, vooroverliggend, kreeg de rits van Ernest te pakken. Openende deze 25 cm, stopte mij hoofd door de opening, die onmiddellijk verder open ging omdat Dog haar hoofd er bij kwam. Haar trillende snorharen in mijn ogen en neus, en een gesmoorde grom in mijn rechter oor.

Daar, in het vage licht, niet meer dan 60 cm verwijderd, stond een eekhoorn. Hijgend, handen op de heup, boos kijkend naar het biscuit blikje, welke hij op de één of andere manier op de grond had weten te gooien. Dog was apoplectisch. Ik kon mijn lachen met moeite inhouden. De eekhoorn deed een hernieuwde aanval op het blikje welke vrij groot, rond en luchtdicht was. De tactieken waren het bekijken waard. Na een nutteloze tijd aan het deksel te hebben gekrabbeld terwijl hij er op stond, sprong hij er af en, ongelofelijk, kreeg het voor elkaar om vat te krijgen onder het blikje met zijn poot, en ging door om het verdomde ding tegen de tafel gemaakt van takken te gooien. Dit vertegenwoordigde een stevige barrière omdat ik de poten stevig in de grond had geplaatst. Na de derde poging kwam de deksel er af en vloog de inhoud over de grond.

Dit was teveel voor Dog. Normaal zoveel zelfdiscipline; de aanblik van haar, onze, gember noten koekjes die gestolen werden verwarde haar. Met een machtige wwerrraaarrggghhh knalde ze door de rits. Met de diftanden ontbloot ging ze naar de eekhoorn. Wat volgde kan alleen beschreven worden als een wollige tornado. Dog had de eekhoorn gemist. Eekhoorn ging het canvas op achtervolgd door Dog. Rond en rond gingen ze Dog snauwend en happend, eekhoorn nonchalant de biscuitjes oprapend, wegstoppend op geheime plaatsen die leken op vestzakken, hoewel ik daar niet zeker van kan zijn vanwege de vaagheid van het geheel. Na ongeveer 7 of 8 rondjes om het woongebied ging eekhoorn ervandoor. Dog volgde in een wilde achtervolging. Door de deur, over het gras en naar boven in de boom.

Honden kunnen niet klimmen. Zichzelf bij elkaar rapend keek zei mij aan. "NOU? WAAROM STA JE DAAR NOU? GA DIE BOOM IN!" Ik kon niet staan; jankend van de lach, ik kon zelfs niet praten.

Dog begon een vastbesloten wake om de boom, omhoog kijkend tussen de takken. Een half uur ging voor bij en ik was redelijk beheerst. "Kom op meid. Eekhoorn is allang weg. Dit is een bos weet je. Hij is er vandoor door de toppen van de bomen, waarschijnlijk al in de volgende streek, van de schrik die jij hem gegeven hebt".

Dog keek mij minachtend aan en zei op gepaste toon, alsof ze tegen een kind sprak, "Wat omhoog gaat moet weer naar beneden; Newtons wet van het één of ander, ga slapen, ik doe wat gebeuren moet". Ze ging terug op patrouille en voor ik in slaap viel had ze de boom in zijn geheel omsingeld

Ik werd vroeg wakker en kroop uit mijn slaapzak. De brokstukken van de nachtelijke opwinding lagen verspreid over de grond. Ik rekte mij uit en zag Dog op de grond liggen, een slaperig oog rollend in haar hoofd maar doorgaans omhoog gericht. Ik gaf haar wat water en zij gaf mij een kwispel. Eentje maar. Ik probeerde haar ertoe te bewegen om bij de boom weg te gaan maar zij wilde niet wijken. Ik ging voor mijn ochtendwandeling, alleen; het was niet hetzelfde dus ik korte hem in en reed naar de stad.

De slager vroeg naar Dog, ik vertelde hem wat er gebeurd was en we giechelde erom. Toen ik terug kwam lag ze nog steeds in dezelfde positie en de dag ging over in vervelende sufheid. Ik probeerde het uit te leggen vanuit mijn perspectief. 'Mensen' zei ik geduldig, 'weten dingen die honden van z'n levensdagen niet kunnen begrijpen' maar ze keek mij aan alsof ik gek was. Dit was schijnbaar een zaak van grote principes voor haar. Ik kon erom lachen als ik dat wilde, hoe dan ook zei had een reputatie te hoog te houden en eekhoorn kon daar niet mee wegkomen. Zeker weten van niet.

S'avonds had ik er schoon genoeg van. 'Kom op meid, laten we naar de kroeg gaan, vergeet het maar, lekkere steak taart, denk daar maar aan'. Niets. Dus ging ik maar alleen.

'Waar is het hondje dan?'….dus vertelde ik het verhaal weer, ter verduidelijking van de hele zaal, alle zes. 'gezegend is zij' zei de eigenaresse, en in een royale bui opende zei een flesje light ale, 'het zit in haar bloed weet je' zei ze wijs peinzend. Ik voegde mij bij de club en speelde domino tot sluitingstijd.

De frisse lucht overviel me toen ik op mijn gemak de nacht in kuierde, een beetje wazig maar ik keek er naar uit om Dog weer te zien. 'Stomme hond' grinnikte ik, tevreden met mijn superioriteit, 'Ok, waar is het pad? Aha, hier is het.' Ik dook in de Stygiaanse jungle. Het zag er vanavond in ieder geval meer uitals een jungle dan als het bos wat ik zo goed kende, maar ik volgde het pad zelfverzekerd. 'Ik ben in 20 minuutjes thuis' dacht ik. 'Wacht eens even, hoe lang ben ik al aan het lopen? Ik zou er nu toch zo'n beetje moeten wezen.'

Het pad leek zich te splitsen, ondanks dat ik het terrein niet kon zien, alleen maar verschillende kleuren zwart. Hoeveel kruisende paden ben ik gepasseerd? Dat was moeilijk te zeggen, en de eerste aanwijzing van twijfel kronkelde door mijn wazige hersenen.

'Stomme hond' vloekte ik; mij langzaam herinnerend dat zij normaal haar neus achterna ging en mij thuis bracht, en dat ik de gewoonte had aangenomen om trouw dat kleine witte dingetje, dat het einde van haar staart was, te volgen. Ik ging door met lopen, 'het moet toch ongeveer hier zijn, of niet.'

Na een uur of zo kwam ik tot de conclusie dat ik hopeloos verdwaald was. Ik kon in alle richtingen lopen, er was geen manier om daar achter te komen. Ik dacht, als ik nou maar de weg kan vinden. Maar waar was die? Die kon overal zijn. Ik doolde de hele nacht in het rond. De effecten van de alcohol verdwenen, mij uitgedroogd en onalcohold achterlatend, bij wijze van spreken.

Niet lang nadat het licht was geworden vond ik de weg. Ik was 5 of meer km van de Forsters Arms verwijderd, maar daarna was het redelijk gemakkelijk om het kamp te vinden. De boom was onbeheerd en toen ik in bed kroop keek Dog omhoog van haar deken en zei 'Wat is dit nou voor een tijd?' en ging meteen weer slapen. 'Stomme hond' gaapte ik. 'Hmm' snurkte ze.


© Ian Gillan 1998

Terug naar:
back to the archive anecdotage